Valent zorg voor aanstaande ouders en kinderen tot 4 jaar
 Valent ouder en kindzorg

Inenten

Waarom inenten?
Als iemand een infectieziekte heeft, maakt het lichaam afweerstoffen tegen de veroorzaker van de ziekte. Daardoor is men in de toekomst niet meer vatbaar voor deze ziekte (het lichaam wordt immuun).

Door kinderen in te enten kunnen we er op een andere manier voor zorgen dat zij beschermd zijn tegen deze ziekten. Bij het inenten wordt het lichaam besmet met een verzwakte vorm van de ziekte, zodat het lichaam afweerstoffen tegen de ziekte aanmaakt.

Inenten is nodig omdat de ziekten waartegen men een kind kan inenten allemaal ernstige ziekten zijn, die veel schade aan uw kind kunnen toebrengen. Bovendien is het bekend dat de ziektekiemen nog steeds binnen onze bevolking voorkomen of gemakkelijk vanuit het buitenland geïmporteerd kunnen worden. De laatste polio-epidemie in Nederland kwam voor in 1992/1993. Van de slachtoffers was niemand ingeënt.

Het volledige vaccinatieprogramma:

leeftijd baby ongeveer

verpleegkundige of

arts

inenting

 

 

2 weken,

huisbezoek  wijkverpleegkundige

   

 

1 maand

arts

   

 

2 maanden

wijkverpleegkundige

DaKTP/Hib

Pneumokokken

voor kinderen geboren ná 1 april 2006

HepB

Voor kinderen geboren uit ouders die geboren zijn in een land waar hepatitis veel voorkomt

3 maanden

arts

DaKTP/Hib

Pneumokokken

voor kinderen geboren ná 1 april 2006

HepB (voor kinderen geboren ná 1 april 2006)

Voor kinderen geboren uit ouders die geboren zijn in een land waar hepatitis veel voorkomt

4 maanden

wijkverpleegkundige

DaKTP/Hib

Pneumokokken

voor kinderen geboren ná 1 april 2006

HepB

Voor kinderen geboren uit ouders die geboren zijn in een land waar hepatitis veel voorkomt

5 maanden

arts

   

 

7 maanden

wijkverpleegkundige

   

 

9 maanden

arts

   

 

11 maanden

wijkverpleegkundige

DaKTP/Hib

Pneumokokken

voor kinderen geboren ná 1 april 2006

HepB

Voor kinderen geboren uit ouders die geboren zijn in een land waar hepatitis veel voorkomt

14 maanden

arts

BMR

MenC

 

 

18 maanden

wijkverpleegkundige

   

 

2 jaar

arts +  wijkverpl.

   

 

3 jaar

arts+  wijkverpl.

   

 

4 jaar

arts+  wijkverpl.

DaKTP

 

 

 

Pneumokokken krijgen kinderen die geboren zijn na 1 april 2006 via het Rijksvaccinatieprogramma op het consultatiebureau. Voor kinderen die vóór 1 april 2006 zijn geboren is er geen inhaalmogelijkheid. Deze kinderen kunnen bij de huisarts worden ingeënt.

 

Wat te doen tegen reacties na vaccinatie:

  • kleed het kind niet te dik aan. Bij verhoging en koorts kleding uitdoen
  • bij verhoging en koorts kunt u het kind afkoelen met lauw water
  • u kunt de beentjes met de hand masseren of fietsbewegingen maken met de beentjes van het kind
  • het gebruik van natte lappen of zalf op de benen wordt niet aangeraden
  • bij koorts hoger dan 39,5° kan Paracetamol gegeven worden, let op de dosering op de verpakkig. Paracetamol is vrij verkrijgbaar bij apotheek en drogist.
  • Als de koorts hoger wordt dan 40 graden C. kunt u het beste de huisarts bellen en erbij vertellen dat het kind is ingeënt en wanneer.

 

Bijwerkingen


Vaccineren kan bijwerkingen hebben.

In het kader van het RVP worden ongeveer 2,4 miljoen vaccinaties per jaar gegeven. De meeste kinderen reageren hierop. Het ene wat heftiger dan het andere. Veelal duurt dit niet lang. De leeftijd van uw kind en de samenstelling van het vaccin spelen een belangrijke rol. Vaak voorkomende klachten zijn lokale reacties, koorts en hangerigheid. Soms wordt een verschijnsel niet veroorzaakt door de vaccinatie, maar is het een toevallige samenloop van omstandigheden. Ook is het goed om te beseffen dat de ernst van de ziekte waartegen wordt ingeënt, in geen verhouding staat tot de doorgaans snel verdwenen bijwerking.

In de DaKTH-Hib-, Hep-B-, Men-C- en aK-vaccins zitten alleen dode of geïnactiveerde stoffen. Bijwerkingen treden meestal op de dag van vaccinatie op en duren niet langer dan 24 tot 48 uur. Het BMR-vaccin bestaat uit verzwakte (levende) virussen. Daardoor treden bijwerkingen meestal tussen 5 en 12 dagen na de prik op.

Lokale reacties zoals roodheid, zwelling en stijfheid en minder gebruik van arm of been worden veelal veroorzaakt door het prikken zelf. Koorts is sterk afhankelijk van het type vaccin en van de leeftijd. Vooral peuters kunnen makkelijk hoge koorts krijgen. De helft van de zuigelingen krijgt koorts na de DaKTP-Hib-prik.
Huilerigheid komt vooral voor bij zuigelingen na diezelfde vaccinatie. Zo’n 10% heeft last van heftige huilbuien. Een heel enkele keer is de baby moeilijk troostbaar. Ook onrustig slapen of juist toegenomen slaperigheid komen vrij vaak voor bij zuigelingen. Dit blijft meestal beperkt tot de eerst dag van de vaccinatie.

Andere klachten zoals verkleurde benen, vlekjes of galbulten, netelroos of kleine puntbloedinkjes, stuipen, een collapsreactie en flauwvallen komen zelden voor. Heeft uw kind hier toch last van, raadpleeg dan altijd uw huisarts. Doe dit ook als ‘bekende’ klachten zoals koorts, huilerigheid, buikpijn of hoofdpijn heftig zijn en langer duren dan een paar dagen. Informeer ook altijd het consultatiebureau.

Op internet (www.rijksvaccinatieprogramma) treft u alle bekende bijwerkingen aan, de symptomen, de gemiddelde duur en wat u eraan kunt doen.

 

Terug naar 'De baby'